Interviews

Interview met Paul McGuigan

Dit intieme drama over de uitgedoofde Amerikaanse Hollywood-ster Gloria Grahame (Annette Bening) en haar onverwachte - en tragische - liefdesaffaire met een jonge Britse acteur (Jamie Bell) oogstte lovende kritieken. Maar waar regisseur Paul McGuigan misschien wel het meest trots op is? Die vermelding in het Guinness Book of Records...

Film Stars Don't Die in Liverpool weet de valkuilen van de standaard biopic mooi te omzeilen. Hoe kreeg je dat voor elkaar?
"Als eerste is het boek van Peter Turner, waarop de film is gebaseerd, niet echt een biografie. Hij werd op een dag wakker, drie jaar na Gloria's dood, en besloot te beginnen met het neerschrijven van zijn herinneringen. Zijn persoonlijke perspectief. Als je naar Film Stars Don't Die in Liverpool gaat, ben je misschien helemaal niet bekend met de echte Gloria Grahame. Het interessante is dat dat exact dezelfde ervaring is als die Peter destijds had, toen hij haar ontmoette in de jaren 70. Het pre-internettijdperk, toen je nog niet iemand kon Googlen zoals we nu zouden doen. Peter had geen idee wie ze was, maar voelde zich aangetrokken door haar ongebruikelijke, wilde, exotische voorkomen. De scène waarin ze flirtend discodansen was belangrijk omdat die het publiek hun wederzijdse aantrekkingskracht laat voelen, zonder dat je veel tijd kwijt bent aan allerlei uitleggerige teksten als 'oh, ik geloof dat ik verliefd op je begin te worden.”

  • Still: Film Stars Don't Die in Liverpool

De film voelt filmisch en theatraal tegelijkertijd. Op bepaalde momenten dacht ik: dit zou ook zomaar een toneelstuk kunnen worden.
"Dat was ook de intentie. Het boek is geen dikke pil, en toen ik het las, was ik vooral geïntegreerd door hoe het was geschreven: als een verzameling van herinneringen. Het verhaal bestaat uit allerlei flarden, en die fluïditeit wilde ik naar het witte doek vertalen. Het leek me interessant om de ene herinnering in de andere te laten overvloeien, terwijl je altijd bij het personage blijft. Dan mag je best de mechaniek erachter zien, net als in een goed theaterstuk waar een belichtingstruc of een verschuivend decor je niet uit het verhaal haalt. Ik zocht naar een filmische vertaling van dat effect. Als kijker moet je dan iets meer je best doen, maar dat is het fijne van onafhankelijke films, dat je als filmmaker het publiek niet alles hoeft voor te kauwen. Het helpt de film, want het is in essentie een reeks van aan elkaar gevlochten momenten."

Ik begreep dat dit een project van een hele lange adem was?
"Het klinkt misschien gek, maar een bescheiden dramafilm is soms moeilijker te financieren dan een grote actiefilm. We hebben geen hoog budget nodig, maar toch. Dit soort verhalen zijn moeilijk te verkopen, zeker als ze gaan over acteurs die niet iedereen meer kent. De producent probeerde het al meer dan twintig jaar van de grond te krijgen, bij diverse filmstudio's, met andere regisseurs en met andere acteurs - Joan Collins had op een gegeven moment de hoofdrol, meen ik. Ik ben zo'n beetje de laatste die bij de club kwam. Als het 23 jaar kost om een film te maken, dan wordt het soms alleen maar moeilijker, want je mist het momentum en de producenten zijn dan bang dat het er gewoonweg niet in zit. Als dan opeens een nieuw iemand opduikt met een frisse insteek, dan springt iedereen er bovenop en is het hup met de geit!"

En hoe zag jouw frisse inbreng er dan uit?
"Wat ik te bieden had, was het meer vloeibaar maken van de scèneovergangen. En ik vertelde ze dat ik het merendeel in de filmstudio wilde draaien, als eerbetoon aan de films van Gloria, want zo ging het in die tijd. Daarom grepen we voor de strandscene ook terug op achtergrondprojectie. Tegenwoordig is er nog maar een handjevol regisseurs die daarvan gebruikmaakt, zoals Christopher Nolan en J.J. Abrams: regisseurs die graag regisseren terwijl ze door de camera kijken. Ik kreeg het idee toen ik een oude Gloria Grahame-film keek, A Lonely Place, met Humphrey Bogart. 'Hmm, waarom doen wij dat ook niet zo?' dacht ik bij mezelf. Nou, in de praktijk blijkt het dus enorm complex en vreselijk duur te zijn… Daarom gebruiken de meeste mensen vandaag de dag green screens en computers. Maar dat wilde ik niet, want met achtergrondprojectie krijgt de realiteit een magisch tintje, en het is een hommage aan een vervlogen tijdperk bovendien. Het is technisch een nachtmerrie om al die projectors naadloos en precies synchroon opgesteld te krijgen. Maar het eindresultaat is er dan ook naar. En het leverde me dít op.” Paul McGuigan swipet door de foto's op zijn telefoon om trots een afbeelding van het officiële certificaat van Guinness Book of Records te tonen. “Ons achtergrondscherm was meer dan dertig meter lang, het grootste in de filmgeschiedenis. Als jochie groeide ik op met het tv-programma Record Breakers op de BBC, dus dan voelt het echt heel bijzonder om het nu zelf tot in het Guinness Book te hebben geschopt."

Photo in header: Photo: Joke Smit. Interview: Anton Damen.