Interviews

Interview met festivaldirecteur Bero Beyer

Sinds een maand staat Bero Beyer als nieuwe festivaldirecteur aan het roer van IFFR. Helemaal nieuw is Beyer ook weer niet. Zijn band met het festival is lang en stevig. Als festivalvrijwilliger had hij ooit Kate Winslet op de achterbank, zijn carrière als producent begon op CineMart en zijn films Qissa en Atlantic. schitterden op het Rotterdamse witte doek. "Durven dromen is een wezenlijk onderdeel van film." Maar minstens zo essentieel is dat het festival die dromen ook gaat duiden. 

Je bent de nieuwe festivaldirecteur van IFFR. Maar nieuw is wel een relatief begrip, toch?
"Mijn bemoeienis met IFFR begon als student aan wat nu de Willem de Kooning Academie heet, maar destijds gewoon nog De Kunstacademie. Ik was festivalvrijwilliger en mocht de pendelbus rijden en later bij de echte carservice. Dat moet in 1995 zijn geweest, want ik herinner me dat ik een nog piepjonge Kate Winslet op Schiphol oppikte. Ze kwam naar Rotterdam voor haar speelfilmdebuut Heavenly Creatures. Ik werd gegrepen door de sfeer van het festival. De verzameling van vrije geesten en creativiteit vond ik super inspirerend. Als klein jongetje was ik al gegrepen door het medium, maar het was een waanzinnige ontdekking dat film gekoppeld bleek te zijn aan dat soort fascinerende personen."

Je deed de kunstacademie, maar in plaats van kunstenaar werd je producent. Wat ging er mis?
"Nee, nee, de vraag moet juist zijn: wat ging er goed! (lacht). Ik studeerde audiovisuele vormgeving en kwam daar tot het inzicht dat wát je ook maakt, je er wel een goed verhaal bij moet hebben. Sterker nog, wat je over een kunstwerk of product zegt, is minstens zo belangrijk als het object zelf. Een ander besef was dat je als kunstenaar nog zulke grootse ideeën of wilde plannen kan hebben, iemand moet zorgen dat ze ook daadwerkelijk worden uitgevoerd. Om in filmtermen te blijven: een producent. Die moet alles organiseren, achter de mensen, het geld en de locaties aan. Na mijn studie deed ik dat, als producent voor films en voor festivals. In Rotterdam mocht ik de allereerste editie van Exploding Cinema produceren. Dat was de begintijd van internet en 'de nieuwe media', en voor het eerst dat het festival nadrukkelijk verklaarde dat film zoveel meer is dan een projector en een wit doek. Ik ging als producent ook bij andere festivals aan de slag. Oerol bijvoorbeeld, waar ik mijn vrouw leerde kennen, dus dat is ook een tópfestival."

Het moet nog steeds zo zijn dat de bezoeker straks hongerig uit Rotterdam vertrekt. Hongerig omdat het niet gelukt is om alles te zien, hongerig naar meer.

Maar de zee en de duinen van Terschelling wonnen het uiteindelijk niet van een Amsterdams zolderkamertje?
"Het ging knagen. Ik wilde directer met film betrokken zijn. Films máken. Want voorwaarden scheppen is mooi, maar ik miste de inhoudelijke invulling. Gemeenschappelijke vrienden brachten Hany Abu-Assad en mij met elkaar in contact. Hij zocht na zijn regiedebuut Het veertiende kippetje een producerende partner. Het klikte. Op een Amsterdams zolderkamertje gingen we plannen verzinnen, en  schrijven. Een van die eerste plannen was Paradise Now, waarin twee Palestijnse zelfmoordterroristen in de laatste 24 uur van hun leven worden gevolgd. Samen schreven we het scenario, en presenteerden dat op CineMart. Dat was een eerste verkennende ronde, want het project was toen nog niet zo goed als het zijn moest, maar we vonden er wel onze eerste partners. Belangrijkste les van Paradise Now is dat als je een goed verhaal hebt, anderen dat herkennen en dan bereid zijn hun nek ervoor uit te steken. Een film als Paradise Now was nooit, echt nooit, gerealiseerd als de verschillende partijen, de coproducenten, de agenten en alle mensen eromheen het niet herkend hadden als een bijzonder filmidee. De andere belangrijke les die Paradise Now me leerde: sommige dingen kun je maar beter niet van te voren weten. Een positieve instelling en de hoop op de goede afloop is nodig om in zo'n avontuur te springen. Want hadden we van te voren geweten wat de consequenties zijn van het draaien in een oorlogsgebied, met het hele krachtenspel waar je dan met je internationale crew in belandt, en de bijbehorende gevaren en paranoia... achteraf bezien was het natuurlijk volslagen gekkenwerk. Maar dat hoort ook bij film en kunst. De maker moet wel durven te dromen. Dromen is een essentieel onderdeel van wat film film maakt."

Als consulent voor het Nederlandse Filmfonds heb je de afgelopen tweeënhalf jaar heel wat dromers op weg geholpen.
"Opeens zat ik aan de andere kant van de tafel. Van een kleine producent die maximaal vijf tot tien projecten in diverse stadia van ontwikkeling had, had ik als consulent er nu vijftig tot honderd projecten onder mijn hoede. Ik begeleidde, adviseerde en hielp de makers. Daar hoort soms ook de boodschap bij: nu moet je de stekker eruit trekken. Het is fascinerend om opeens met hetzelfde ding -film- bezig te zijn, maar vanuit een compleet ander perspectief. Bij IFFR schuif ik als artistiek directeur nog een stoeltje op, richting vertoning en distributie. Het aardige is dat al die verschillende hoedanigheden wel om hetzelfde draaien: wat zijn de mooie films die de moeite waard zijn om negentig minuten van je leven te geven. Of, in het geval van de makers: jaren van je leven."

Wat zijn de overeenkomsten tussen een film en een festival produceren?
"Een film maak je nooit in je eentje, en ook voor een festival heb je honderden mensen nodig. In beide gevallen ben je een hele lange periode aan het plannen, je ideeën aan het aanscherpen, naar geld en mensen aan het zoeken en alle mogelijke scenario's in draaiboeken te vervatten. Je wilt alle mogelijke dingen voor zijn, maar de gekte van het festival zelf creëert zijn eigen dynamiek. Op de filmset is dat exact hetzelfde. Een film komt pas tot leven als iemand 'm ziet. Een festival leeft pas als er publiek is waarmee je de dialoog aangaat. Met de film, met de maker, met elkaar. Vaak ben je zomaar vijf jaar met een film bezig voordat je begint met draaien, en vervolgens nog eens vijf jaar bezig om met die film in gesprek te blijven en hem aan mensen te presenteren. Ik zou het te gek vinden als IFFR een vergelijkbare levenscyclus zou krijgen. Dat de vragen die we aan het begin van het jaar op het festival stellen, de kwesties die we agenderen en de films die we vertonen, dat je die het hele jaar meeneemt. Het festival heeft een enorme impact, puur al door de overrompelende hoeveelheid films die we kunnen laten zien, en gasten die we naar Rotterdam halen. Geen mens krijgt dat allemaal verwerkt in die twaalf dagen. Het moet nog steeds zo zijn dat de bezoeker straks hongerig uit Rotterdam vertrekt. Hongerig omdat het niet gelukt is om alles te zien, hongerig naar meer. Voor IFFR ligt er een mooie uitdaging om die aandacht gedurende het jaar vast te houden en te voeden."

  • Cast and crew attending the screening of Atlantic. From left; Bero Beyer (producer), Jan-Willem van Ewijk (director), cast Thekla Reuten, Fettah Lamara. Photo: 31pictures.nl / (c) 2015

Waar merkt de bezoeker straks concreet aan dat er een andere kapitein aan het roer staat?
"Nou, dat komt dan niet zozeer op het conto van die ene man, maar wel op de manier waarop wij met zijn allen onze ambities gaan realiseren. Mijn ideaal is als we met de komende edities er nog beter in slagen om de getoonde films van de juiste context te voorzien. Ik zie het als een cruciale taak van IFFR om de curerende onderdelen meer context te geven. Een film hoeft niet per se een meesterwerk te zijn, als we maar kunnen uitleggen waarom wij het een bijzondere film vinden. Dat kan zijn omdat het een vernieuwend element bevat, of blijk geeft van een wereldcultuur waar we geen weet van hebben. Aan ons de eer om dat goed en helder uit te leggen. In dat kader past ook de beslissing om de tijgercompetitie aan te passen. Niet meer dertien, veertien of vijftien films, nee: acht films. Acht films waarvan wij volmondig zeggen: deze zijn echt helemaal des Rotterdams, omdat ze vernieuwen, of de cinema verrijken of omdat ze ons tegen de haren in strijken. Die acht films krijgen allemaal hun eigen dag, waarop we ze groots in het zonnetje zetten, en waarop we uitleggen waarom ze ieder zo goed zijn. Of dat nu zit in de vorm, de inhoud, de innovatie of in de maker die je in de gaten moet houden. Dat geldt ook voor de rest van het programma. Traditioneel werden eerste en tweede films altijd bij elkaar gegroepeerd, en derde en vierde films. Ik vind het vooral interessant om films met dezelfde bloedgroep en spirit bij elkaar te plaatsen. Dat schept volgens mij meer duidelijkheid. Begrijp me niet verkeerd - ik wil niet dat IFFR een navelstaarderig festival wordt. Het moet vooral een feest zijn, waarop wij de cinema vieren. De boodschap moet dus met trots en blijheid worden verkondigd: 'dít zijn de mooie films. Je komt straks blij uit de zaal, of aangeslagen, maar hóe je er ook uitkomt, ze laten je niet koud.' Of de bezoeker daarna gaat dansen of een potje janken, dat valt te bezien, maar wij vertellen wel waarom het zo'n goede film is. Dat duiding gevende karakter vereist dus ook een bepaalde werkwijze van onze programmeurs. De programma-afdeling krijgt meer de opzet van een redactie. Niet langer iedereen zijn eigen quota of regio, maar meer sparren om zo aan elkaar en aan mij uit te leggen waarom films geselecteerd moeten worden. Nieuw is de aandacht voor het grensvlak tussen het filmlandschap en de tv-wereld. En tv beslaat dan de volle breedte, dus ook webseries en dergelijke horen daarbij. Want het is duidelijk dat een groot deel van de innovatieve en creatieve energie zich van film heeft verplaatst naar een ander medium. Het is wezenlijk anders, maar het belangrijk om te laten zien hoe cinema en het festival zich tot high-end tv verhouden. Inhoudelijk, op een Rotterdamse manier dus. Op dit onderwerp hebben we een nieuwe collega, een echte kenner, Léo Soesanto. "

Met al die interessante regisseurs over de vloer en CineMart een deurtje verderop, zit er een kans in dat je de verleiding niet kan weerstaan om toch weer filmproducent te worden?
"Nee, nee, nee, dat is echt ondenkbaar! Wat ik aan producerende gedachtes heb, vertaalt zich direct terug in de festivalorganisatie. Ik vind de rol die IFFR speelt in het maakproces van film enorm belangrijk. Het eigen Hubert Bals Fonds partnert in een zeer vroeg stadium met interessante producties uit alle hoeken van de wereld, CineMart staat aan de basis van projecten en Rotterdam Lab speelt met trainingen een rol in de professionalisering van de filmindustrie. Wat er nog bij hoort, is hoe we de festivalervaring kunnen vangen en exporteren. Dat betekent concreet dat we onder andere een initiatief als IFFR Live doorontwikkelen. Ik had vorig jaar de eer dat het door mij geproduceerde Atlantic. de aftrap verzorgde van de allereerste IFFR Live. Het is een overweldigende sensatie als duizenden mensen tegelijkertijd door heel Nederland en Europa naar jouw film kijken. Pure magie. Ook door het interactieve aspect van de opzet. We hadden te elfder ure de muzikant die de soundtrack verzorgde laten overvliegen. Voor mijn gevoel luisterde heel Europa in stilte naar die bijna blinde Marokkaanse muzikant die op zijn ene instrument tokkelde. Het valt niet te beschrijven hoe dat voelt, maar dat gevoel blijk je dus wel te kunnen distribueren.
Sowieso heeft IFFR zo veel te bieden aan filmmakers, producenten, sales agents, aan pers en critici.... dat sterke netwerk benutten en onderhouden, dat kun je ook produceren noemen. Voor mijn gevoel produceer ik dus wel vijfhonderd films per jaar!"

Stel dat er komende editie onverwacht een dienst bij de carservice uitvalt en de artistiek directeur moet bijspringen. Wie zou je het liefst op de achterbank hebben?
"Iemand die de passie voor filmmaken met me deelt. Die tijdens de rit een verhaal afsteekt waardoor er een raampje opengaat naar een wereld die ik nooit eerder bezocht. Het hoeft geen held of grote meester te zijn, en hij hoeft geen Martin Scorsese of Hou Hsiao-hsien te heten -mag best hoor, maar hoeft niet. Eerlijk gezegd ben ik geïnteresseerder in het nieuwe, in dat wat ik nog niet ken. Het is geen toeval dat ik films maakte in Palestina en India. Film stelt je in de gelegenheid op plekken te komen waar je anders nooit zou komen. Dus of het een Filippijn of een Deen is op de achterbank, als ze het leuk vinden om te praten én iets te melden hebben, dan wordt het een aangename autorit."