Interviews

Interview met Digna Sinke

 Wie wat bewaart, die heeft... voldoende stof voor een documentaire. Digna Sinke, die drie jaar geleden met fictionele docufilm After the Tone IFFR’s publieks-top 3 haalde, is deze editie vertegenwoordigd met de wereldpremière van BEWAREN – of hoe te leven. In dit filmessay neemt ze haar eigen bewaardrift én die van haar moeder onder de loep, maar gaat ook te rade bij digitale nomaden die niet veel meer bezitten dan een paspoort, telefoon en laptop.

Als je nu om je heen kijkt in je werkkamer, wat zie je dan allemaal?
“Een kast met mijn jeugdverzameling suikerzakjes, ansichtkaarten, postzegels. Brieven, heel veel brieven, archiefdozen vol, spul om wijn te maken, om kleding te herstellen, oude schoolkranten, al mijn agenda’s vanaf 1964, de AEG-typemachine van mijn vader, filmblikken met films erin, twee paar noren, sieraden. In de ladekasten de filmrecensies die ik op het gymnasium uitknipte over films die ik toen mooi vond. Oude kleren in plastic dozen: hippiejurkjes uit de jaren 70 die niet meer te dragen zijn en truitjes die je simpelweg niet meer zou dúrven dragen. Fotoalbums... even tellen: een stuk of dertig. Filmnegatieven. Alle Filmkranten en Skoops, vanaf nummer 1. En vergaderstukken, hele kasten vol. Ik bewaar veel, dat is waar, maar niet alles. Het criterium is dat ik alles binnen vijf minuten moet kunnen terugvinden. Alleszins redelijk.”

  • Still: BEWAREN – of hoe te leven

  • Still: BEWAREN – of hoe te leven

En wanneer dacht je: dáár zit een film in?
“Dat duurde wel even. Ik wist dat ik er iets mee moest, maar dat ging aanvankelijk meer richting de conceptuele kant, iets installatie-achtigs. Toen het Mediafonds een competitie uitschreef voor een essaydocumentaire, viel het kwartje. Binnen een paar dagen had ik de opzet op papier staan. De timing klopt; we bevinden ons op een raar moment in de geschiedenis. De digitalisering maakt het minder noodzakelijk om dingen te bewaren. Dat zie je aan muziek, aan boeken. De houding van de mens ten opzichte van spullen is anders: we zitten middenin een paradigmawisseling. En persoonlijk word ik ongelukkig van die trend dat alles maar weg moet, alsof bewaren grote onzin is. Ik wil laten zien dat je er ook op een andere manier naar kunt kijken.”

Hoe dan?
“In de film probeer ik alle functies van voorwerpen te benoemen. Ze houden je eigen herinneringen levend én bieden je toegang tot andere werelden dan de jouwe. Bijvoorbeeld door de spullen die ik bewaarde van mijn overleden partner. Dat is zíjn verleden, niet het mijne. Ik was me nooit zo bewust van hoe emotioneel en tastbaar een herinnering kan zijn, tot ik mijn moeder confronteerde met voorwerpen die ik voor haar had bewaard. Het vorkje van haar vader roept direct herinneringen en verhalen op. Frunnikend aan een oud dekentje komen er spontaan beelden boven. Allemaal heel authentiek – mijn moeder laat zich totaal niet regisseren. Hebben we dat geheugeneffect straks nog, nu alles in de cloud staat? De minimalist in mijn film zegt: ‘We krijgen misschien allemaal slechte geheugens.’ Het zou zomaar kunnen.”

BEWAREN is goed op z’n plek op een internationaal festival, want het thema is universeel en actueel. Het is niet een typisch Nederlands fenomeen.” – Digna Sinke

Hoe bijzonder is het om een wereldpremière op IFFR te hebben?
“Ik kom al sinds jaar en dag in Rotterdam, al in de tijd van Huub Bals. In de beginjaren was het festival nóg gekker en dwarser dan nu. IFFR staat voor speciale, eigenzinnige films. Daar valt een film als After the Toneonder; eigenzinnig, maar niet ontoegankelijk. Voor BEWAREN – of hoe te leven kan het festival een belangrijk podium zijn. Er wordt zo veel gemaakt; alles wat helpt om jouw film boven het maaiveld uit te laten steken, is meegenomen. Het gaat me niet om commercieel succes –dat heb ik in mijn hele carrière nog niet gehad. Ik hoop dat de film echt zijn publiek vindt. BEWAREN is goed op z’n plek op een internationaal festival, want het thema is universeel en actueel. Het is niet een typisch Nederlands fenomeen.”

Dat internationale karakter zit ook in de locaties die je bezoekt: je waagt je buiten Amsterdam en Zeeland, het land uit jouw jeugd.
“Ik vond dat we de digitale nomaden ook in beeld moesten brengen, de minimalisten van de andere kant van de medaille. We draaiden in Missouri, in Lissabon, op Bali, voor de research reisden we af naar Bangkok en naar Heidelberg, al kon dat laatste gewoon met de trein. Heimelijk ben ik zelf natuurlijk ook een digitale nomade. Op locatie in het buitenland regel ik mijn complete kantoor via mijn Office365-account, beantwoord keurig mijn mail alsof ik aan mijn Amsterdamse bureau zit. Ver weg zijn is heel aantrekkelijk, een echte guilty pleasure. Ach, in feite ben ik geen haar beter.”

Photo in header: Photo: Digna Sinke | Interview: Anton Damen