Interviews

Interview met Artur Żmijewski

Wie naar het retrospectief van Artur Żmijewski gaat, kijkt plots met de ogen van een buitenstaander naar de realiteit. De Poolse kunstenaar begint met een maatschappelijk probleem en zoekt ‘daarna pas naar een vorm die erbij past.’

Je kunt ze beide zien als visuele taal, en toch zit er een groot verschil tussen de taaluitingen binnen de wereld van de beeldende kunst en die van de cinema. Pools kunstenaar Artur Żmijewski noemt beeldende kunst en film twee verschillende dialecten van dezelfde taal. Sinds de jaren 90 gebruikt hij die dialecten om zijn humanistische werk te maken. Geschoold als beeldhouwer in Warschau maakte hij eerst naam voor zichzelf als een van de voornaamste Poolse kunstenaars van de 20ste eeuw. Kunstliefhebbers kennen hem misschien als een van de curatoren van de Biennale Arte in Venetië. Binnen de kringen van cinefielen is hij bekend om zijn observerende documentaires. In een uitgebreid retrospectief eert IFFR dit jaar dat bijzondere filmwerk.

De ander
Wie in de films van Żmijewski wil duiken, doet er goed aan om bij een van zijn laatste te beginnen. Juist omdat Realism (2017) anders is dan de rest van zijn oeuvre. Hierin filmt hij zes mannen van wie een been is geamputeerd, die hun lichaam voor de camera presenteren. Volgens Żmijewski is het een studie naar de menselijke vorm. Het had ook een fotoserie kunnen worden, of een reeks sculpturen, maar de beweging van deze gehandicapte lichamen smeekte om bewegend beeld. Zulke overwegingen maakt Żmijewski altijd als hij zich aan een onderwerp waagt. Vorm staat in dienst van de inhoud, want daar draait het om. Zo filmt hij vluchtelingen (Glimpse), gevangenen (Cookbook en The Making Of), blinden (Blindly) en doven (Singing Lesson 1), terwijl ze op zoek zijn naar de beelden, de klanken, de vormen –de taal dus – om uit te drukken wat hun realiteit is. Want het draait bij Żmijewski nooit om zijn eigen ideeën. “Het gaat mij om de fantasie van de ander.”

  • Still: Glimpse

Waar komt die ander vandaan? Hoe stuit Żmijewski op zijn onderwerpen? Voor het antwoord neemt Żmijewski zijn tijd, daar komen we op terug. Hij is zorgvuldig, soms zelfs aarzelend, in het geven van zijn antwoorden. In het bruisende café van LantarenVenster is een oase van rust in de festivaldrukte. Zijn antwoorden komen stilletjes, langzaam en met steeds langere denkpauzes. En wat hij zegt wordt ondersteund door wat hij in een notitieboekje krabbelt. Geometrische vormpjes, lijntjes en woorden verschijnen, terwijl hij naar antwoorden zoekt. “Het helpt me nadenken”, zegt hij zonder op te kijken.

Constellaties
Uiteindelijk brengen die tekeningen ons dichter bij de kern van waar de kunst van Żmijewski om draait. Hij tekent een cirkel. “Ik denk na over de manier waarop we de wereld proberen te begrijpen en representeren.” Vervolgens tekent hij kleine stipjes in de cirkel. “In die ruimte voor gedachten vind ik specifieke problemen, zoals de vluchtelingenproblematiek.” Żmijewski trekt vanuit de onderkant van de constellaties van cirkels en stippen – werelden met problemen – strepen naar beneden. “Ik zoek naar het juist dialect om die problemen bloot te leggen. Soms is dat fotografie of een sculptuur, maar het kan ook film zijn.

Via dit gedachteproces besloot Żmijewski om voor Glimpse (2018), die op IFFR in wereldpremière gaat, met een 16mm-camera de erbarmelijke omstandigheden in vier vluchtelingenkampen vast te leggen. Zoals de titel doet vermoeden geeft hij enkel een vluchtige blik in het leven van illegalen in Berlijn, Calais, Groot-Sinten en Parijs. Die documentaireblik is op slinkse wijze verweven met door Żmijewski georkestreerde shots die doen denken nationale socialistische- en Sovjetpropaganda. Zo daagt hij in deze stille film niet alleen de kijker uit om zich te verplaatsen in het leven van een vluchteling. Glimpse is ook een aanklacht tegen een politiek systeem dat deze vluchtelingenstromen in de eerste plaats mogelijk maakte. 

Film is een effectieve manier om te communiceren.” – Artur Żmijewski

Wetenschappelijke conclusies
Hoewel er vaak politieke implicaties zitten in de films van Żmijewski zijn ze niet allemaal zo uitgesproken in hun engagement als Glimpse. Veel van zijn andere films gaan eerder op zoek naar een ongewone verbeelding van schoonheid. Zo gaat The Making Of(2013) over schoonheid die volgens Żmijewski ‘de gevangenis in wordt gesmokkeld’. Voor deze korte documentaire organiseerde hij een modeshow voor gevangenen in Warschau. De opgesloten vrouwen worden eerst opgedirkt, daarna paraderen ze in hun nieuwe look langs de cellen, een catwalk voor gesloten deuren. De film is aandoenlijk, intiem en ontroerend, omdat we zien wat deze modeshow met de gevangenen doet. De cosmetische metamorfose voelt haast buitenaards, want deze schoonheid die we in onze maatschappij als normaal beschouwen zie je niet achter de tralies. Het is dan ook veelzeggend dat Żmijewski The Making Of afsluit met een strenge cipier die de modeshow stopt. Het blijft wel een gevangenis.

Zulke workshops komen vaker terug in het oeuvre van Żmijewski. Voor Cookbook regelde hij een kookles in de gevangenis. De scènes waarin gevangenen leren over echt lekker eten (denk aan verse groenten, uitbundige salades en kreeft) wisselt hij af met scènes van de gevangeniskeuken, waar op gigantische schaal eenheidsvoedsel wordt geproduceerd. Waarom filmt hij zo’n les? “Film is een effectieve manier om te communiceren”, legt hij uit. “Daarom film ik acties en workshops, als een manier waarop ik de ervaringen van anderen kan delen met de kijkers. In sommige gevallen kan ik daar, als een wetenschapper, conclusies aan verbinden. Zo filmde ik in Singing Lesson 1 dove kinderen die in een kerk leren zingen. Ik merk dat ze samen iets moois kunnen maken, een zekere schoonheid door een gebrek aan harmonie. Dat vind ik een mooie conclusie en die kan ik via de film delen met de kijker.” 

Photo in header: Interview: Hugo Emmerzael