Interviews

Interview met Armando Iannucci

Armando Iannucci kan maar geen genoeg krijgen van politieke satire. Het brein achter The Thick of It, Veep en niet te vergeten Alan Partridge richt ditmaal zijn pijlen op Jozef Stalin. Het hilarische The Death of Stalin is de slotfilm van IFFR. “Ik ben blij dat het een ongemakkelijke film is geworden.”

Een comedy over Stalin. Was dat moeilijk te verkopen?
“Het ging eigenlijk heel snel. We schreven het script, gingen naar studio Gaumont en dat wilde het project volledig financieren. De cast hadden we zo bij elkaar, het filmen ging snel en in Groot-Brittannië deed The Death of Stalin het heel goed. Ik kan me voorstellen dat mensen denken dat zo’n film moeilijk te verkopen is, maar hij krijgt goede reacties. Het publiek is heel enthousiast.”

Misschien omdat het zo’n originele film is.
“Ik heb maar twee films gemaakt in mijn carrière, omdat ik alleen films wil doen die anderen niet maken of die nog niet zijn gemaakt. Anders zie ik geen reden om er überhaupt aan te beginnen. Een film kost twee jaar van je carrière; dan moet er wel een goede reden zijn om het te doen. Ik ben daarom wel blij dat het een ongemakkelijke film is geworden.”

The Death of Stalin is pas uw tweede film. In die zin bent u een jonge, opkomende regisseur.
[Lacht] “Ja! Daarom ben ik ook op Sundance en IFFR. Ik hoop dat ik word ontdekt, ik kan niet wachten! Misschien word ik gebeld om een Marvel-film te doen. Toen ik jong was, las ik alleen maar Marvel-comics. Hmm, misschien moet ik een foto van toen ik 25 was uploaden op mijn IMDb-profiel. Dat was dertig jaar geleden. Volgens mij is het een zwart-witfoto.”

  • Still: The Death of Stalin

  • Still: The Death of Stalin

Maar even serieus: werken aan een film is vast niet hetzelfde als werken aan een tv-serie.
“Klopt, al heb ik veel dingen voor televisie ook wel zelf geregisseerd, zoals een aantal afleveringen van Veep. Het verschil zit ’m in de keuzes die ik maak. Ik ben ouderwets genoeg om te hopen dat mijn werk uiteindelijk op het grote scherm komt. Daarom denk ik tijdens het regisseren meer na over hoe alles eruitziet in de bioscoop. Het maken van een tv-serie is anoniem: je ontmoet je publiek niet. Mensen kijken alleen of in groepjes van twee of drie. Maak je een film, dan sta je constant in contact met je publiek. Je doet Q&A’s, je hoort van ze. Dat is belangrijk. Zonder dat contact is het gemakkelijk om je helemaal terug te trekken.”

“Bij sommige projecten denk ik: dit is een goed tv-project. Andere zijn meer geschikt voor film. Wat ik fijn vind aan film is dat je een hele wereld kunt creëren… en hem weer afbreekt. Je hoeft er niet nog twintig of dertig te maken. Het lastige is weer dat je het in één keer goed moet doen. Bij een tv-serie maak je de pilot om uit te vogelen wat wel en niet werkt. Met elke volgende aflevering probeer je iets nieuws. Tegen het derde of vierde seizoen zit je er echt helemaal in. Een film vereist meer voorbereiding.”

Zijn er overeenkomsten tussen een dictator en een regisseur?
“Absoluut. Op de set heb je het laatste woord in alles. Volgens mijn vrouw kost het me twee weken om weer om te schakelen wanneer ik klaar ben met regisseren. Thuis geef ik nog steeds bevelen: ‘Kom, we maken een wandeling. Haal de hond. Geef me een kop thee’. Op de set ben je een god, later in de montagekamer een dictator met de macht om te beslissen over leven en dood. Ik ben alleen niet verantwoordelijk voor de dood van miljoenen mensen, dat pleit dan weer voor me.”

Big Talk: Armando Iannucci

In dit gesprek zal Iannucci praten over de kunst van het maken van satire. Zijn nieuwste film, The Death of Stalin, is de slotfilm van IFFR.

Klik hier voor de laatste tickets

Photo in header: Photo: Armando Iannucci | Interview: Anton Damen