Nieuws

IFFR-directeur Rutger Wolfson over Alexey Balabanov

In de drukte van Cannes hoorden wij het verdrietige nieuws dat Alexey Balabanov is overleden. Balabanov was een van Ruslands meest dwarse, oorspronkelijke en eigenzinnige regisseurs. Zijn films zijn rauw, schokkend zelfs – en soms mysterieus en alledaags tegelijk. Een echte 'Rotterdam-regisseur' dus, en het festival heeft hem dan ook altijd gevolgd.

Ik leerde Alexey kennen toen we de internationale première van Morphia (2009) presenteerden – iets waar ik heel trots op was. Al voordat ik hem ontmoet had was ik van hem onder de indruk, vanwege zijn films. Zijn charisma, droge humor en helderheid versterkten dit alleen maar.

In de jaren daarna was hij regelmatig te gast in Rotterdam met nieuwe films en een project op CineMart. Altijd met zijn vrouw, kostuumontwerper van zijn films, en een keer met zijn zoon. Bij een bezoek had hij een blauw-wit gestreept hemd voor me meegenomen dat door de parachutisteneenheid gedragen wordt, de meest geharde soldaten van alle Russische soldaten. Heel macho. En al ontgaat Alexey's gevoel voor humor me niet, ik was er stiekem ook heel trots op.

De afgelopen editie was hij in Rotterdam met zijn laatste film Me Too. Tijdens een etentje zei hij dat dit zijn laatste bezoek zou zijn. Ik nam hem niet serieus. Toch heb ik nog maar snel een foto van hem gemaakt met mijn telefoon. Geen bijzondere foto, wel een van de weinige foto's die ik dit festival maakte. In Me Too reist een groepje mannen en een vrouw naar een verlaten klokkentoren. Wie die klokkentoren binnengaat, komt in één keer in de hemel – als hij of zij tenminste wordt uitverkoren. Hoe het werkt, dat weet niemand. Maar zeker is dat het geluk daar ligt te wachten. Als ik het goed gezien heb, speelt Balabanov zelf een klein rolletje: hij zit met een gebroken arm op een muurtje bij de klokkentoren. Ik weet ook niet hoe het werkt. Maar wat mij betreft was hij uitverkoren.

- Rutger Wolfson