Interviews

Hoofd Programma Chris Schouten: "Elke IFFR-film heeft een eigen smoel."

Tekst: Cathelijne Beijn

In de aanloop naar het festival reizen tien vaste IFFR-programmeurs de hele wereld over op zoek naar de mooiste films. Chris Schouten, Hoofd Programma van IFFR, vertelt hoe de ruim vijfhonderd gekozen titels uiteindelijk op het witte doek belanden in Rotterdam.

Films komen op verschillende manieren bij IFFR terecht. Leg eens uit.

“De blauwdruk van het festival begint bij de programmeurs. Zij hebben ieder hun eigen gebied en zien overal ter wereld tientallen films op allerlei festivals. Of ze worden getipt door producenten en filmmakers die graag hun film in Rotterdam willen vertonen. Maar een film kan ook rechtstreeks via een nog onbekende maker bij ons op de mat vallen. Alles bij elkaar zijn dat bergen filmtitels waar de programmeurs een selectie uit maken. Voorwaarde is dat de film goed bij onze identiteit past: het verhaal moet bijvoorbeeld inspelen op een actualiteit, het moet een beetje edgy zijn, vernieuwend of bijzonder gemaakt, en een eigen smoel hebben.”

IFFR 2017

Vroeger werden de geselecteerde films aangeleverd op grote filmrollen. Hoe gaat dat nu?

“Nadat de film is uitgenodigd, sturen wij allerlei formulieren op om de fysieke film naar Rotterdam te krijgen. Dat lijkt simpel, maar voor elk land gelden andere invoerrechten en het vervoer gaat niet op elk werelddeel even soepel. De film moet ook Engels ondertiteld zijn, waar soms ook weer tijd overheen gaat. Uploaden via een server is helaas nog steeds geen optie, daar zijn de digitale lijnen nog te wankel voor. De films komen bij ons op een harde schijf, een DCP (Digital Cinema Package). Maar we zien – net als bij de comeback van muziek op vinyl – een langzame trend, waarbij films weer op 35 en 16 millimeter celluloid worden aangeleverd. Sommige filmmakers gaan heel ver voor het beste resultaat en werken zelfs op beide formaten af. Dat we dan verschillende projectors moeten gebruiken, is wat onhandig voor de infrastructuur van het festival, maar celluloid blijft natuurlijk erg charmant.”

En dan de zaal in.

“Voor een goede balans in het programma kiezen we naast onbekende parels ook voor een aantal titels waar al een buzz rond is. Maar die komen niet automatisch in de grootste zalen terecht. Het kiezen van de juiste zaal bij een film is allesbehalve willekeurig. Als we een bloederige zombiefilm om 22:00 uur in de grote zaal van het Oude Luxor programmeren, hebben we al veel voorpret.”

IFFR 2017

Hoe concurreer je tijdens het selecteren van films met een festival als Berlijn, dat vlak na IFFR plaatsvindt?

“IFFR heeft internationaal een goede naam en filmmakers kiezen – gelukkig – vaak uit zichzelf voor een vertoning in Rotterdam. Omdat wij een echt filmmakersfestival zijn, vinden we een competitiefilm van een nog onbekende maker net zo belangrijk als een titel met een Amerikaanse sterrencast. De variatie in het IFFR-programma zorgt ervoor dat alle films evenredig veel aandacht krijgen. Daar proberen we makers van te overtuigen. Vooral voor beginnende, getalenteerde filmmakers is die aandacht belangrijk.”

Afgelopen editie was Moonlight te zien, de film van Barry Jenkins die werd genomineerd voor acht Oscars en er drie won. Hoe kwam dat tot stand?

“Onze programmeur Inge de Leeuw had de film voor het eerst op het festival in Toronto gezien. Daar werd veel over de film gepraat en iedereen wilde hem zien. We waren toen al bezig met de eerste opzet van ons Black Rebels-programma, een themaprogramma over zwarte cinema, waar we Moonlight goed in vonden passen. Uiteindelijk, na lang onderhandelen, kreeg de Nederlandse distributeur Splendid Film de rechten om Moonlight in de Benelux te vertonen. IFFR kreeg van hen de voorpremière. Dat Barry Jenkins in Rotterdam ook nog een masterclass kwam geven, de film werd getipt voor de Oscar voor beste film én ’m kreeg was natuurlijk de kers op de taart.”

masterclass Barry Jenkins IFFR 2017

Zo’n voorpremière op een groot festival klinkt als prima marketing.

“Zeker. In het geval van Moonlight kwam de film na vertoning op IFFR vrij snel in de bioscoop. Maar soms zitten er weken of zelfs maanden tussen. Onder het IFFR-publiek is dan al een buzz gecreëerd en ook de pers besteedt vaak tijdens het festival aandacht aan de film. Daardoor krijgen makers en distributeurs meer kansen om de film uit te brengen in Nederland. Aandacht voor al die mooie films die overal ter wereld worden gemaakt en hun filmmakers, daar is ons festival voor bedoeld.”