Gabe Klinger over Porto


Niemand wilde dat Anton zou vertrekken

Porto is een jonge film van een jonge maker over jonge mensen. Een liefdesverhaal over verlies, dat onvermijdelijk in het licht is komen te staan van dat andere verlies: het onverwachte overlijden van acteur Anton Yelchin.

Door Kees Driessen

Gabe Klinger op IFFR 2017De Braziliaans-Amerikaanse regisseur (en filmjournalist, docent en programmeur) Gabe Klinger houdt van cinema. Zijn regiedebuut, ook op IFFR vertoond, was de documentaire Double Play: James Benning and Richard Linklater, over zijn twee experimenteel ingestelde collega-regisseurs. Die experimenteerdrift kenmerkt ook zijn eigen, nostalgisch gestemde eerste speelfilm Porto, dat niet alleen is opgenomen op ouderwets analoog filmmateriaal, maar gedurende het verhaal ook nog eens regelmatig van filmformaat verandert, van 35mm tot Super-8.

Ondertussen wordt de weemoed van het verhaal, over een onmogelijke liefde van één nacht in mistig Porto, verhevigd door de kennis dat jonge ster Anton Yelchin (bekend als Chekov in de recente Star Trek-films) kort daarop onverwachts overleed. Filmjournalist Kees Driessen sprak Gabe Klinger in Rotterdam.

Porto is een liefdesverhaal dat draait om een driehoeksverhouding tussen een man, een vrouw en een stad. Laten we met die laatste beginnen: waarom Porto?

“Romantische films werken altijd beter in de Oude Wereld. In zo’n oude Europese stad, vol historie, ga je vanzelf nadenken over je eigen, persoonlijke geschiedenis. Over hoe we allemaal door de tijd getekend zijn. Bovendien is Porto een intieme stad. Alles is te belopen. Dus dat twee mensen elkaar ontmoeten, en weer ontmoeten, en wéér ontmoeten – dat kan in Porto. Zo heel veel verschillende plekken heb je daar nu ook weer niet. Bovendien zijn er niet veel films opgenomen, dat was ook een reden. Behalve natuurlijk de films van Manoel de Oliveira. Met name zijn eerste film uit 1931, Douro, Faina Fluvial, was voor ons een soort routekaart. Sommige shots hebben we zelfs nagedaan. Want eigenlijk is de stad sindsdien helemaal niet zo veel veranderd.”

Is dat gevoel getekend te zijn door de tijd ook waarom u traditioneel analoog filmmateriaal heeft gebruikt?

“Dat is één reden. Ik kan er denk ik wel honderd verzinnen – ik zou ze allemaal eens op moeten schrijven. Maar de manier waarop een filmrol door een camera loopt, en door een projector, geeft een ander gevoel van tijd die voorbijgaat dan digitale cinema. Bovendien krijg je met analoge film, als je goed belicht en de goede lens gebruikt, direct geweldig beeld. Wat je filmt, kun je eigenlijk meteen projecteren. Terwijl je bij digitaal alles eerst nog moet bewerken, om de beelden sprekend en consistent te krijgen. Anders blijft alles plat. Maar elke bewerking betekent dat je afstand neemt van de oorspronkelijke opname. Terwijl bij analoge film het beeld in direct contact staat met wat je hebt gefilmd. Dat voelt veel dichterbij.”

Kan ik zeggen dat uw film over verlies gaat?

“Zeker. En de twee hoofdpersonen gaan daar op verschillende manieren mee om. Hij heeft nooit geleerd zich aan te passen en is daarom altijd ontevreden. En zij heeft zich wel aangepast en stabiliteit gevonden in haar leven, maar ze is toch niet gelukkig en heeft dus ook iets verloren.”

Het is een film over verlies, die vervolgens zelf zo’n groot verlies lijdt. Verandert de dood van Anton Yelchin voor u de betekenis van de film?

“Natuurlijk. Net zoals je niet naar Rebel Without a Cause kunt kijken zonder te denken aan de dood van James Dean. Anton was een goede vriend; we hebben een jaar lang intens samengewerkt. Van hem heb ik het meeste geleerd en zijn personage is een echte coproductie. En dat geldt eigenlijk voor de hele film. Bovendien bleef hij altijd achter me staan, als een producent of financier iets wilde veranderen aan de film, als ze het commerciëler wilden maken. Dan zei hij: ‘Dit is de film en de visie waarvoor ik getekend heb en als het verandert doe ik niet meer mee.’ Zo beschermde hij de film, want niemand wilde natuurlijk dat hij zou vertrekken. Weet u, we hebben veel gesproken over Philip Seymour Hoffman. Toen die overleed heeft dat Anton zwaar geraakt. Iemand die hem zo na aan het hart stond, tegen wie hij opkeek, en die dan op zo’n grove, onverwachte manier overlijdt. Net als Hoffman was Anton altijd aan het werk, vaak ook in zeer middelmatige films – en dan was hij regelmatig het enige goede aan zo’n film. Want hij deed altijd iets interessants. Als je al zijn films bekijkt zul je er niet één vinden waarin hij niet iets verrassends deed als acteur.”

In Porto komt zijn personage vaak heel gespannen over. Een beetje gebogen, alsof al zijn spieren strak staan.

“Dat komt uit de zwijgende cinema. Anton was erg beïnvloed door het expressionisme. We hebben het veel gehad over acteurs als Lon Chaney jr – The Wolf Man – en Douglas Fairbanks en Valentino. Acteurs die hij fantastisch vond. En dan Peter Lorre, Boris Karloff... acteurs die vaak iets dierlijks, iets beestachtigs hadden. Kijk naar die films uit de jaren twintig, toen de expressionisten naar Hollywood kwamen. Dan zie je hoe acteurs met meer nadruk, krachtiger en aanweziger gingen acteren.”

Was Porto al af, toen hij overleed?

“Ja, Anton heeft de laatste montage nog gezien. En zo is de film ook gebleven. Het enige wat ik na zijn overlijden heb veranderd is dat ik de film aan hem heb opgedragen. Dat leek me gepast.”

Porto beleefde zijn Nederlandse première op IFFR 2017 en draait vanaf 27 juli in de bioscoop.

Lees meer

Bekijk alle IFFR-films die nu of binnenkort in de bios te zien zijn