Interviews

Deepak Rauniyar over White Sun

Een afgelegen Nepalees bergdorpje vormt het toneel voor drie generaties Nepalezen: de wrokkige, conservatieve ouderen, die vrouwenonderdrukking en kastenstelsel het liefst in stand zouden houden, de voormalige strijders uit de recente burgeroorlog die nog altijd vijandig tegenover elkaar staan, en de kinderen, die gewoon samen spelen.

Drie generaties Nepalezen verbeelden in Deepak Rauniyar's White Sun de moeizame overgang naar een functionerende democratische republiek, na de burgeroorlog van 1996 tot 2006 en de wankele politieke situatie die daarop volgde. 

Conservatieve ouderen, die vinden dat een vrouw haar plek moet kennen. De maoïstische revolutionairen en traditionele monarchisten die elkaar in de oorlog bevochten en nog altijd vijandig tegenover elkaar staan. En de kinderen, die niet goed begrijpen waar iedereen zich zo druk om maakt en – kaste of geen kaste – met elkaar spelen. 

Alles teruggebracht tot één, afgelegen Nepalees bergdorp – zo één waar regisseur Rauniyar, die tegenwoordig in New York woont, zelf opgroeide. Daar keert een voormalige maoïstische strijder na tien jaar terug om, zoals de tradities vereisen, samen met zijn koningsgezinde broer hun overleden vader, al bekvechtend, langs een steil bergpad naar de rivier beneden te dragen.

Ondanks alle onderlinge vijandigheid ziet de omgeving waar u gefilmd heeft er prachtig uit. Heeft u overwogen ook het landschap zelf wat zwaarmoediger in beeld te brengen?

“Ik heb er heel bewust voor gekozen dat niet te doen. Het landschap in de film is juist beeldschoon. Want ik wilde benadrukken dat het probleem bij de mensen ligt en niet bij het land zelf. Het interieur van de huizen verbeeldt wel hun persoonlijkheden. Maar dat van het vrouwelijk personage Durga heb ik ook mooi en warm belicht, want zij heeft psychologisch geen probleem. Psychologisch is ze niet zwak. Ze is een sterke vrouw. Ze is bereid om tegen iedereen, overal te vechten. Alleen krijgt ze ook na de burgeroorlog nog steeds het recht niet, als moeder, om haar dochter burgerrechten te geven. Maar dat probleem komt niet uit haarzelf, maar uit de maatschappij.”

Het bergdorp waar u filmt bepaalt voor een groot deel de sfeer van de film. Was het moeilijk die plek te vinden?

“Heel moeilijk. Het moest afgelegen en klein zijn, maar toch zo goed bereikbaar dat we er met onze spullen konden komen. Toen we eindelijk een geschikt dorpje gevonden hadden, vlak bij Kathmandu en niet te ver van een weg, werd dat weggevaagd in een grote aardbeving. Dus terwijl we klaar zaten om te filmen, hadden we opeens geen dorp meer. Toen moesten we opnieuw een dorp zoeken. Dat lukte, maar het bleef lastig alle geschikte locaties te vinden. Zo wilden mensen niet dat een lijk uit hun huis werd gedragen als er niet echt iemand was overleden – ook al gebruikten we een pop. Dat was voor hen echt iets slechts. Gelukkig vonden we uiteindelijk iemand bij wie dat toch mocht.”

De meeste films waarin traditie wordt overvleugeld door de moderniteit laten ook wel enkele positieve kanten zien van tradities. Maar bij u lijken de traditionele waarden van de dorpelingen alleen maar obstakels.

“Ik voelde geen behoefte om een afgewogen beeld te geven van tradities. In mijn film staan ze voor wat we op dit moment politiek in ons land meemaken. En het lijk staat voor de dode cultuur, die ten grave wordt gedragen. Zoals wanneer het lijk het bergpad verspert – dan zijn er maar twee mogelijkheden: je moet tradities vernietigen of je moet er in een boog omheen lopen. Anders blijf je vastzitten. En dat is wat er in ons land is gebeurd. We zitten vast in tradities; opgesloten in het verleden. We moeten ons daarvan losmaken.”

Maar ook de nieuwe maoïstische leiders, die de burgeroorlog wonnen, komen er in White Sun niet goed vanaf.

“Mijn hoofdpersoon Agni gelooft nog steeds in de maoïstische idealen. Hij gelooft ook nog steeds in wat hij deed tijdens de burgeroorlog. Daarom is het zo’n belangrijke scène als hij zijn vroegere superieur tegenkomt, die zich nu met een helikopter laat invliegen bij het huwelijk van zijn zoon – op staatskosten! Voor mij vertegenwoordigt die de politici, van wie de mensen dachten dat ze oorlog voerden om het land te verbeteren, maar die veranderden toen ze eenmaal aan de macht waren. En die daarmee mensen als Agni hebben verraden.”

De hoop komt in uw film van de jongste generatie.

“Dat moest ook wel – ik wilde geen verdrietige film maken. Deze kinderen zijn geboren na de oorlog. Zij hebben niet diezelfde basis voor discriminatie. Zij kennen het kastensysteem niet. Ze kunnen dat achter zich laten en samen aan de slag gaan. En echt samenwerken.”

White Sun beleefde zijn Nederlandse première op IFFR en werd ondersteund door ons Hubert Bals Fonds. Vanaf 26 oktober 2017 draait de film in de landelijke bioscopen.

Photo in header: Beeld in header: Deepak Rauniyar op IFFR 2017 © Joke Schut. Tekst: Kees Driessen.