Interviews

De brute realiteit van José Campusano

Met het uitgebreide retrospectief op IFFR worden de ‘brute films’ van de Argentijnse filmmaker José Celestino Campusano voor het eerst buiten het Spaanse taalgebied vertoond. Voor de maker zelf zijn de verhalen vol geweld en verderf (maar ook gulheid en liefde) de normaalste zaak van de wereld. “Mijn films staan los van de gevestigde canon. Als mensen dat anarchistisch willen noemen, mag dat.”

‘Cinebruto’ heet de productiemaatschappij van José Celestino Campusano. Geen wonder als je kijkt naar zijn films: de werelden die de Argentijnse filmmaker schetst zijn behoorlijk ruw en worden veelal bevolkt door motorbendes, hoeren en criminelen. Maar voor Campusano is dit gewoon de wereld die hij om zich heen ziet in de streek rond zijn woonplaats Quilmes. In dat stadje zo’n dertig kilometer ten zuiden van Buenos Aires werd hij in 1964 geboren, en nog altijd spelen de meeste van zijn films zich af in dit gebied.

“Ik maak fictiefilms gebaseerd op wat ik om me heen zie, zonder iemand uit te sluiten”, vertelt Campusano als we hem kort voor het festival spreken. De productieve regisseur – in de dertien jaar sinds zijn eerste korte film Bosques maakte hij gemiddeld elk jaar een film – zit dan nog midden in de opnamen van alweer een volgend project.

In de jaren 80 volgde Campusano een blauwe maandag een filmopleiding. Wie naar zijn officiële filmografie kijkt, krijgt de indruk dat Campusano bijna twintig jaar wachtte voor hij zijn eerste film maakte. Maar dat gat was in feite een stuk kleiner, relativeert hij. “In 1991 maakte ik met Sergio Cinalli nog de documentaire Ferrocentauros, in feite een voorloper van al mijn latere films over het milieu van motorrijders. En al in 2000 begon ik met mijn neef Leonardo Padin, die nog altijd mijn compagnon is, te experimenteren met filmen op digitale camera’s. Toen ontwikkelden we de stijl van ensceneren die nog steeds het werk van Cinebruto karakteriseert. Wat ik in de tussenliggende jaren deed? Gewoon, ik had baantjes, ik werkte harder dan ik ooit in mijn leven had gewerkt.”

Als ik acteurs zoek, is het allerbelangrijkst dat ze onbekend zijn.” – José Celestino Campusano

Scherpe blik
Campusano omschrijft zijn Cinebruto consequent als een collectief, niet als een bedrijf. Juist door die veelstemmigheid achter de schermen, brengt de filmmaker als geen ander de conflicten van de werkende klasse in zijn thuisland in beeld. “De films die ik schrijf, produceer en regisseer zijn kritisch, maar van binnenuit – het is zelfkritiek. Ze gaan over onze eigen levens en komen voort uit de kracht en energie van werkelijke gebeurtenissen.”

Die insteek is al direct zichtbaar in Campusano’s ‘officiële’ regiedebuut, de documentaire Legión – Tribus urbanas motorizadas. Die film heeft veel minder poëtische lading dan zijn latere fictiewerk, maar zijn thematiek en de ruimhartige omarming van alle mensen staan hier al fier overeind. Er komen zelfs al wat figuren voorbij die in zijn latere films als acteur ten tonele verschijnen, met als meest opvallende voorbeeld de markante Rubén Beltrán alias Vikingo, die in 2009 de ster werd van zijn eigen fictiefilm. Daarin kijkt hij vervolgens naar de beelden uit de drie jaar oudere documentaire.

Zo houdt Campusano, ook als hij zich in de daaropvolgende jaren steeds iets verder van huis beweegt, een scherp oog voor dat wat al te makkelijk wordt afgedaan als de ‘zelfkant’ van zijn maatschappij. In Fango (2012) toont hij de menselijkheid van de sloppenwijken van Buenos Aires, het deel van de fotogenieke stad dat meestal buiten beeld blijft. In zijn meest recente speelfilm El azote, die op IFFR zijn internationale première krijgt, onderwerpt hij het Patagonische skioord Bariloche aan zijn scherpe blik.

  • Still: Fango

Nieuwe taal
Om de kracht van de realiteit te behouden in de fictie die hij ervan brouwt, werkt Campusano bij voorkeur met niet-professionele acteurs. Mensen die hij soms letterlijk van straat plukt, en die hun levens leiden in de omgevingen waar Campusano over vertelt. Acteerervaring is voor hem vaak een minpunt: “Als ik acteurs zoek, is het allerbelangrijkst dat ze onbekend zijn. Ik haal er veel plezier uit om talentvolle mensen de kans te geven voor het eerst aan een film te werken. Vervolgens gaat het erom of ze een connectie hebben met het verhaal en met de sociale groep waar het zich in afspeelt. Die keuze is voor honderd procent intuïtief.”

In het kader van het retrospectief beleeft Campusano’s nieuwste project Brooklyn Experience in Rotterdam zijn wereldpremière. Het is de eerste film die hij buiten Argentinië draaide, in New York. En dat terwijl zijn Engels niet geweldig is. “Maar ik had een tweetalige crew, het was echt geen probleem. Ik heb ook al films in het Portugees en het Aymara gemaakt.”

Een grotere stap dan de keuze voor New York, was de keuze voor virtual reality. “Ik vind die 360-gradenvorm enorm inspirerend; na Brooklyn Experience hebben we nog twee van zulke projecten in de maak: Bolivia profunda en La secta del gatillo. Het is een compleet nieuw begin, een kans om samen een nieuwe taal te bedenken, die veel intiemer inspeelt op de instincten van de toeschouwer en een ander soort emoties onderzoekt. Ik merk dat deze nieuwe vorm alle keuzes versterkt die ik in mijn films altijd al maakte. Het zou nu nog interessant zijn om een klassiek drama in 360 graden te filmen in Nederland of Duitsland.”

Photo in header: Interview: Joost Broeren-Huitenga