Interviews

Bert Scholiers over Charlie en Hannah gaan uit

De Belgische regisseur Bert Scholiers trekt voor zijn speelse speelfilmdebuut een cinematografische trukendoos open. Van stille film tot horror en van Woody Allen tot Max Ophüls.

Zo vreemd zie je ze zelden. Belgisch talent Bert Scholiers stuitert stilistisch en inhoudelijk alle kanten op in zijn debuutfilm Charlie en Hannah gaan uit. De surrealistische romkom over slenterend ouwehoerende twintigers werd in 2014 embryonaal gepresenteerd op CineMart (de coproductiemarkt van IFFR) en vier jaar later in volgroeide vorm vertoond op het festival. Als een trippende Woody Allen of Noah Baumbach speelt Scholier met vorm, met inventieve beeldgrapjes, kleur en zwart-wit, wisselende beeldformaten en verwijzingen naar de stille cinema en klassieke Italiaanse horror.

De eerste zin van de film is: “Ik moest zo wachten op het perron van Rotterdam Centraal.”
“Fantastisch hè?”

Waarom Rotterdam Centraal?
“Sommige verhalen in de film – niet de meest shockerende hoor – zijn gebaseerd op dingen die de acteurs me verteld hebben. Ik heb afgesproken dat ik niet ga zeggen wat, maar, eh, dat verhaal over Rotterdam is dus min of meer echt gebeurd.”

Maar eigenlijk dacht je natuurlijk: als ik nou daarmee begin, kom ik op IFFR.
“Ja, stiekem wel haha! Want dit festival is fantastisch, ik ben echt een grote fan. Met z’n levendigheid en programma is het een van de beste festivals van Europa. Allee, van de wereld gewoon.”

Maar in de Nederlandse cinema kom je zoiets als Charlie en Hannah dan weer niet snel tegen.
“Toch vind ik de film beter in de Nederlandse context passen dan in de Vlaamse.”

Leg uit.
“Ik heb me laten inspireren door de Angelsaksische witty praatfilms. Zoals Woody Allen en Noah Baumbach – ik vind The Meyerowitz Stories (2017) de beste film die ik de afgelopen jaren gezien heb, die dialogen blazen me echt weg. Maar ook Whit Stillman bijvoorbeeld, en die hele Amerikaanse traditie van de jaren twintig, met Dorothy Parker en George Kaufman, die Broadway-stukken over mensen die zich allemaal even scherp uitdrukken. Dat soort kosmopolitische witty-heid – allee, misschien is het een landelijk cliché, maar dat is een soort culturele sofisticatie die je volgens mij wel in steden als Rotterdam en Amsterdam aantreft en die wij in België eigenlijk niet hebben. Omdat wij bescheidener en volkser zijn.”

  • Still uit Charlie en Hannah gaan uit

  • Still uit Charlie en Hannah gaan uit

  • Still uit Charlie en Hannah gaan uit

  • Still uit Charlie en Hannah gaan uit

  • Still uit Charlie en Hannah gaan uit

In jouw film kan en mag eigenlijk alles. Hoe heb je gekozen wat?
“In ons achterhoofd hadden we de wetmatigheid dat elke fantasiesequentie op een of andere manier zou voortkomen uit de twee hoofdpersonen. Charlie heeft rare smaken, die houdt van decadente literatuur en foute films, dus daarom belandt zij in die giallo-scène, bijvoorbeeld. En Hannah is clichématiger en romantisch, en vandaar dat zij op een ijsbeer door het universum zweeft.”

Dus er was een method in de madness?
“Ja. Bij het schrijven is het ook altijd belangrijk geweest, dat de fantasiescènes nooit de emoties of dialogen in de weg stonden.”

Het was zo’n fantastische samenwerking, dat we nu gaan proberen een musical op poten te zetten.” – Bert Scholiers

De fantasielocaties zien er vaak zelfgemaakt uit.
“We wilden teruggaan naar de trukendoos van de stille film. Vandaar de maquettes en de gebouwde decors. Maar dat de Noordpool, het heelal en het bos allemaal in de studio gebouwd zijn, dat is eigenlijk hallucinant. We hadden het budget er niet voor en toch is het gebeurd. De decorploeg, Liza Shevchuk en Samuel Van Broekhoven, was zo gepassioneerd dat ze zichzelf min of meer hebben doodgewerkt.”

Is de bordeelscène, die eruitziet als een bekabelde oude zwart-witfilm, nog specifiek ergens op gebaseerd?
“Ik ben geobsedeerd door regisseur Max Ophüls. Die heeft Le plaisir (1952) gemaakt, over een bordeel. Die moet je echt zien. Hij houdt van die gigantisch lange, elegante camerabewegingen, dus mijn introductieshot, waarbij je een personage volgt door het bordeel, is helemaal van hem gestolen. Hij is daar een van de grootmeesters van. Kubrick vertelde ook hoeveel hij van Ophüls had. En mijn componist Chrisnanne Wiegel heeft een thema, een soort achttiende-eeuws, negentiende-eeuws melodietje, uit Le plaisir overgenomen. Ik vind dat fantastisch.”

Chrisnanne Wiegel is een Nederlandse filmcomponist. Hoe verliep dat?
“Chrisnanne is jullie Hans Zimmer, eigenlijk. Hij heeft min of meer alle blockbusters gedaan: Alles is liefde, Komt een vrouw bij de dokter, Nova Zembla, Het schnitzelparadijs... een ongelooflijke lijst. We zijn al jaren vrienden en hij was zo enthousiast over dit project dat hij heeft meegedaan voor een derde van zijn normale budget. Op de Strauss- en Haydn-muziek na, die aangekocht is, en twee stukken van Vincent van Warmerdam, heeft Chrisnanne alles gecomponeerd: de oude jazz, de giallo-muziek – die bijna beter is dan de oorspronkelijke – en ook in de pianodeuntjes in het bordeel zitten, naast Scott Joplin en dat thema dat ik daarnet zei, oorspronkelijke composities van Chrisnanne.”

Een staalkaart van alles, bijna.
“Ja en dat heeft ie eerder nooit kunnen doen, omdat bij Komt een vrouw bij de dokter of Alles is liefde de artistieke input als componist natuurlijk beperkt is. Muziek moet dan gewoon ondersteunen. Hier kon ie lekker losgaan. En het was zo’n fantastische samenwerking, dat we nu gaan proberen een Nederlandse musical op poten te zetten. Echt een klassieke musical, het Singin’ in the Rain-gevoel, maar dan met een iets seksuelere en hardere context. Ook Jacques Demy, ook de La La Land-stijl, maar dan, ja, iets rauwer en harder.”

Charlie en Hannah gaan uit beleefde zijn Nederlandse première op IFFR en is vanaf 7 juni 2018 te zien in de landelijke bioscopen. Ook is het de openingsfilm van het vierdaagse Belgisch Film Festival in het Louis Hartlooper Complex, Utrecht.

Photo in header: Interview: Kees Driessen