Interviews

Als alle hoop vervlogen is, is er geen reden meer tot pessimisme

Met Le Havre maakte de Finse regisseur Aki Kaurismäki een hoopvol sprookje over het immigratievraagstuk. Niet over hoe dat werkelijk is, maar over hoe het ook zou kunnen. Terwijl zijn geliefde vrouw Arletty in het ziekenhuis ligt, vangt schoenenpoetser Marcel Marx de jonge Afrikaanse vluchteling Idrissa op. Marcel krijgt daarbij steun van het volk uit de arbeiderswijk in Le Havre, waar hij woont. Als we hem tegen het eind van een lange interviewdag spreken lijkt Kaurismäki een stuk minder zonnig in het leven te staan dan zijn optimistische film doet vermoeden.

Waarom wilde u een film over immigratie maken?
“Het onderwerp verontrust me. Al jaren zie ik op televisie reportages over al die mensen die onderweg naar Europa verdrinken. Ze betalen veel geld, maar halen de overkant niet. Dat vind ik zorgwekkend.”

Maar u maakte er een hoopvol sprookje van, geen verontrustende film.
“Ik weet heel goed dat mensen geen preek wensen als ze naar de film gaan. Dus vertel ik verhalen.”

Denkt u aan het publiek tijdens het maken?
“Zolang ze maar een kaartje kopen, kan het me geen moer schelen wat ze ervan vinden.”

(...)

“Dat was een grapje. De waarheid is natuurlijk precies andersom. Maar wanneer ik schrijf, ben ik zelf het publiek. Ik schrijf de film die ik zou willen zien.”

Hoe schrijft u?
“Op een typmachine.”

Geen computer?
“Daar ben ik te oud voor.”

Ook geen digitale cinema, dus?
“De cinema is dood. Dus digitale cinema is doodgeboren. Cinema draait om licht, maar digitale cinema draait om elektriciteit. Elektriciteit is geen licht. Ik zal nooit digitaal werken; ik zal sterven in het harnas. Maar het zal een opluchting zijn deze stervende business te verlaten.”

Stopt u dan met filmen? U heeft eerder gezegd dat Le Havre het begin is van een nieuwe trilogie.
“Dat was een grap. Als ik stop, dan zal ik stoppen terwijl ik een grap maak.”

Vind u het nog wel leuk om films te maken?
“Het is ronduit afgrijselijk. Je twijfelt aan alles. Ook al heb je vertrouwen in de mensen om je heen, je twijfelt aan jezelf bij alles wat je doet. Het is afgrijselijk, en daarom is het zo ingewikkeld. Maar ik blijf het doen omdat ik verhalen wil vertellen. Niets meer dan dat.”

Terug naar het verhaal, dan. Le Havre heeft er eigenlijk twee: een liefdesverhaal en het verhaal van een immigrant.
“Het liefdesverhaal is goed verborgen.”

Maar het is het hart van de film.
“Ik hoop het.”

Waar begon het mee, de immigrant of de liefde?
“Tegelijk, het was één pakket. Maar ik heb geen idee meer waar het vandaan kwam.”

Hoofdpersoon Marcel Marx zagen we al in 1992 in uw film La vie de bohème.
“Ja, dat scheelde weer: daardoor hoefde ik geen nieuw personage te bedenken.”

Is er een verband tussen de twee films?
“Natuurlijk, anders had ik niet voor die acteur gekozen en het personage niet zo genoemd. De acteur is het verband. Als er geen verband was, was het jou ook niet opgevallen. En als je een thematisch verband wilt zien, dan mag dat ook. Er zijn verbanden op alle niveaus. Maar of de naam naar Karl Marx verwijst of naar Groucho Marx, dát moet het publiek zelf maar uitzoeken; voor mij is hij Marcel Marx.”

Kunt u zich voorstellen dat andere mensen uw werk citeren, zoals u andere regisseurs aanhaalt?
“Het valt niet uit te sluiten, maar ik geloof niet dat iemand de moeite zou nemen. Ik ben maar een arme sloeber. En ik neem de cinema niet zo serieus. Voor mij is het goed genoeg, maar je moet mijn films niet serieus nemen. Mijn werk is als de kunst van een oude vrouw op een Chinees treinstation.”

U reed de hele Europese kust van zuid naar noord af, op zoek naar een geschikte plaats om de film te maken. Waarom stopte u in Le Havre?
“De benzine was op.”

Dus als u meer benzine had gehad, was het Rotterdam geworden?
“Wie weet. Rotterdam was mijn laatste hoop. Net als Le Havre is deze stad plat gebombardeerd en zo voel ik me zelf soms ook. Ik houd van die heropgebouwde Europese steden, omdat ze hun eigen geschiedenis neer moesten zetten. Ik wilde de film eigenlijk in Marseille opnemen, maar als producent zei ik: dat is niet haalbaar.”

Zijn de schrijver, de regisseur en de producent in u vaak met elkaar in conflict?
“Sinds wanneer analyseren we hier mijn schizofrenie?”

(...)

“Ze houden elkaar in balans. Als er één praat, houden de anderen hun mond. Als ik schrijf, is alleen de schrijver er. Als ik regisseer, is er alleen de regisseur. En als ik producent ben, houden de andere twee hun muil.”

Zou één van de drie ooit met anderen kunnen samenwerken?
“Ik zou nooit andermans scenario’s regisseren, want ik schrijf beter dan wie dan ook. Ik produceer wel eens andermans films, maar dan leg ik gewoon het geld op tafel en zeg ik: ‘succes’. Ik zorg dat ze de beste crew hebben, maar de rest moeten ze zelf doen.”

Ziet u uw eigen crew, die al jaren vrijwel ongewijzigd is, ook zo?
“Ja, mijn crew is het FC Barcelona van de cinema. Ik zoek de beste mensen en vervolgens houd ik ze.”

In Le Havre werkt u met een aantal nieuwe acteurs. Verandert dat de dynamiek?
“Je hoeft niet per se iets te veranderen, maar het kan geen kwaad. Nieuwe mensen maken de crew nieuwsgieriger, actiever.”

Leverde de verplaatsing naar Le Havre ook nieuwe energie op?
“Vooral voor mijzelf. Ik maakte tien films in Helsinki en er is inmiddels geen hoek van die stad meer waar ik een interessant beeld van kan maken. Ik heb alles gefilmd. Dus het was goed om eens ergens anders heen te gaan.”

U filmde in een van de oude visserswijken van de stad.
“We filmden in de hele stad. Maar de woning van Marcel staat in het oude deel van de stad, ja. De interieurs zijn allemaal in een studio opgenomen of, nou ja, in een loods die ik huurde, waar we alles konden bouwen. De wijk waarin we de buitenopnames hebben gedraaid, waren ze al aan het slopen. Ik heb betaald om één straat wat langer te behouden. Om de hoek stonden de bulldozers klaar.”

Waarom moest het die straat zijn?
“Omdat hij er was. En nu is hij geschiedenis. Wat in een film zit, leeft voor eeuwig voort.”

U klinkt, met alle respect, wat somber. Worden uw films optimistischer terwijl u zelf pessimistischer wordt?
“Daar lijkt het wel op, ja. Ik heb daar een theorie over. Mijn theorie is: als alle hoop vervlogen is, heb je geen reden meer om pessimistisch te zijn. In de jaren zeventig was ik pessimistisch, want toen kon er nog iets veranderd worden. Nu is het te laat, dus waarom zou ik nog pessimistische films maken?”

Er is geen hoop meer?
“Nee, het laatste beetje is vorige week vervlogen.”

Als u geen hoop meer voelt, hoe kunt u dan zo’n hoopvolle film als Le Havre maken?
“Dat is mijn wonder.”

Le Havre – Aki Kaurismäki
di 31 9:45 LantarenVenster 2

Door: Joost Broeren