Verhalen

20 jaar Rotterdam Lab

Als je twintig jaar geleden een jonge en veelbelovende producent was met de ambitie om het internationaal groots te maken, terwijl je voortdurend op zoek was naar samenwerking met gelijkgestemde productiepartners van over de hele wereld, dan waren je mogelijkheden voor vooruitgang beperkt. Grote festivals hadden destijds geen gevestigde structuur om gemakkelijk een netwerk op te bouwen en kennis te vergaren.

Daarom vonden de mensen van IFFR, aan het begin van het nieuwe millennium, het tijd om iets tastbaars en wezenlijks daaraan te doen. Ido Abram (nu directeur van Eye International) was dat jaar hoofd van CineMart en zag ook de komst van huidige IFFR Pro Head Marit van Elshout op het festival. “We vonden dat het tijd was om een plek te creëren waar we deze jonge getalenteerde producenten konden stimuleren en een netwerk met hun konden vormen – een broedplaats,” zegt Van den Elshout. “In die tijd was Rotterdam een stuk kleiner en redelijk beperkt. We konden ze heel gemakkelijk toegang bieden tot veel belangrijke professionals, sales agents, distributeurs en producenten."

Rotterdam Lab

Selectie van 2020

Read more

De aantallen lagen toen ook een stuk lager. Het eerste Rotterdam Lab verwelkomde maximaal twaalf jonge producenten, genomineerd door vier bureaus, de New Zealand Film Commission, Filmstiftung NRW, Telefilm Canada en de Australian Film Board (nu Screen Australia). Zelfs de Nederlanders moesten nog aan boord komen. Maar de raison d'être was duidelijk: om opkomende talenten ervaring te laten opdoen en in staat te stellen om hun netwerk op te bouwen, met trainingen en het profiteren van de gevestigde professionals aanwezig op het festival.

20 jaar later is het evenement bijna onvergelijkbaar, hoewel het kernprincipe van vooruitgang via netwerken en communicatie nog steeds geldt. In 2020 zullen er 69 producenten uit 41 genomineerde instituten zijn, voor wie het aanbod van Rotterdam Lab sinds de begindagen drastisch is opgeschaald. Nu krijgt elke deelnemer een smorgasbord van workshopkansen, roll-play, hands-on probleemoplossende sessies vanuit zakelijke, financiële en productie perspectieven, panel debatten en uitgebreide feedbackmogelijkheden over hun huidige projecten. En dit allemaal binnen een festival en marktcontext gericht op de financiering, promotie en tentoonstelling van levendige nieuwe werken van levendige nieuwe talenten.

Een dergelijk talent is de Ierse producer Jessie Fisk die aanwezig was op Rotterdam Lab 2017. Voor haar was de ervaring transformerend. “Het was mijn absolute eerste onderneming als solo-producer, dus daar was ik echt enthousiast over. [Voor Rotterdam Lab] werd ik omringd door mensen die me vertelden dat er maar één manier was om dingen te doen, en dat was dé manier waarop ze dingen deden... wat Rotterdam me liet zien – wat echt onbetaalbaar was – was dat er een hele wereld van verschillende manieren is om films te maken.”

Ze benadrukt ook de vaardigheden die ze op heeft gedaan tijdens de masterclasses en workshops; vooral pitchen onder de voogdij van Eye's Ido Abrams. "Sindsdien heb ik dit actief kunnen toepassen in mijn werk. Ik heb drie projecten opgezet op een aantal internationale markten en heb prijzen gewonnen op het Sofia International Film Festival, de co-productiemarkt Berlin Talent en het Sam Speigel Lab in Jeruzalem."

De voeten van Fisk hebben in de afgelopen twee jaar nauwelijks de grond geraakt. Ze lanceerden haar speelfilmdebuut Song of Granite op SXSW met veel lof. De film werd de inzending van Ierland voor de anderstalige Academy Award in 2018. Ze produceerde twee hoofd documentaires die werden geselecteerd op IDFA en CPH:DOX, en vorig jaar richtte ze Feline Films op met filmmaker Nathalie Biancheri. Het tweetal bevindt zich momenteel in de postproductie van de Iers-Italiaanse co-productie film Shadows. Haar volgende project, Wolf, geschreven en geregisseerd door Biancheri, is volledig gefinancierd en zal in april 2020 worden opgenomen. Bovendien zal ze de tweede speelfilm van Mark Noonan This is the Country op CineMart 2020 presenteren.

Rotterdam Lab manager Alessia Acone vat de aantrekkingskracht van het evenement samen. “Het is het perfecte lanceerplatform voor een opkomende producent. Ze hebben niet alleen de kans om elkaar te ontmoeten en samen te ontwikkelen, maar ze staan ook heel dicht bij experts en professionals die al jaren in het vak zijn. En dat wordt ook weerspiegelt in het programma zelf. We organiseren geen lezingen, het is eerder een gelegenheid om elkaar te ontmoeten en te praten, in sociale evenementen, rondetafels en discussies. Er zijn talloze feedbackmomenten en veel ontwikkelings- en productiemogelijkheden.”

  • Jessie Fisk - Back row in the middle - with the labbies of 2017 picture

  • Jonas Dornback at Rotterdam Lab in 2008_Foto Nadine Maas

  • Alessia Acone

Duitse producent Jonas Dornbach (Lab 2008 deelnemer, producent van de veelgeprezen Toni Erdmann en co-producer van twee films op IFFR 2020, The Whistlers and The Fever) is het hier mee eens. Hij benadrukt dat hij weinig initiële verwachtingen had, maar de ervaring bleek zeer voordelig, hem de "eerste kansen" bieden om te netwerken met filmmakers uit andere landen. “Ik herinner me dat ik veel geweldige mensen heb ontmoet, die mijn netwerk tot vandaag hebben uitgebreid.” Vooruitkijkend is IFFR Pro Head Marit van den Elshout terecht trots op wat het Lab heeft bereikt, maar verwoordt ze hoe zij denkt dat het verder moet ontwikkelen.

“Veel grote producenten hebben deelgenomen aan en geprofiteerd van het Lab in de afgelopen 20 jaar. En er zijn vele anderen die films hebben gehad in het IFFR-selectie of CineMart, wat zorgt voor het fijne gevoel dat de cirkel weer rond is,” zegt ze. “We dekken nog niet de hele wereld, door dat het Lab nog steeds wordt georganiseerd door het nominerende partnersysteem. Na 20 jaar is het tijd om te evalueren; we ontvangen vaak deelname verzoeken van producenten uit landen waarmee we nog geen partnerschap mee hebben, wat de zaken ingewikkelder maakt. We moeten onze structuur en formule heroverwegen om in de toekomst mogelijkheden te voorzien voor producenten vanuit alle hoeken van de wereld.”