Interviews

“Dit was echt hoogwaardig entertainment”

Geschreven door Bregtje Schudel

Bathtubs over Broadway heet je welkom in het gouden tijdperk van de bedrijfsmusicals: grote shows over wc’s, chirurgische kompressen en sneetjes brood. Vijftig jaar geleden spaarden Amerikaanse bedrijven kosten noch moeite om hun personeel Broadway-waardig entertainment voor te schotelen. Filmmaker Dava Whisenant volgde de man die deze ‘schaduwkant van showbiz’ in de spotlights zette.

De Amerikaanse comedyschrijver Steve Young kwam voor het eerst in aanraking met de wondere wereld van bedrijfsmusicals toen hij werkte voor The Late Show with David Letterman. Voor een terugkerend muzieksegment spitte hij door platenbakken in tweedehandszaakjes, op zoek naar vreemde singles en lp’s. Hij stuitte hij op een onuitputtelijke bron van hilariteit: musicals die bedrijven in de jaren ’50, ’60 en ’70 lieten maken en opvoeren voor hun personeel en aandeelhouders.

Young was meteen verkocht. De liedjes waren hilarisch – “My bathroom…is a private kind of place. A very special kind of place. The only place where I can stay. Making faces at my face – uit The Bathrooms Are Coming! (1969), maar tegelijkertijd briljant geschreven en gevaarlijk aanstekelijk. Hij moest en zou meer weten.

In de schaduw van Broadway

Dava Whisenant zag er een verhaal in. Ze werkte de afgelopen twintig jaar voornamelijk in de montagekamer, maar had al langer de droom om zelf een film te maken. Toen Young – de twee werkten eerder samen bij The Late Show – haar vertelde over zijn obsessie met bedrijfsmusicals wist ze dat de tijd rijp was. “Hij had net een prachtig boek geschreven over het onderwerp, maar om deze musicals echt goed te kunnen ervaren moet je ze toch zien en horen”, vertelt Whisenant over haar regiedebuut Bathtubs over Broadway.

Om deze musicals echt goed te kunnen ervaren moet je ze toch zien en horen.” – Dava Whisenant

Te zien en te horen is er genoeg. Je kunt het zo gek niet bedenken of er is wel eens een musical over gemaakt: van bekende frisdranken, zoals 7-Up en Lipton, tot chirurgische kompressen (If the patient is bloody, real bloody, Surg-O-Pak is the way). Young vond een liedje over de honderd-en-acht gebruiksmogelijkheden van siliconen en eentje over sneetjes brood.

Hij ontdekte al snel dat de bedrijfsmusicals big business waren. Het budget van de bekroonde Broadway-hit My Fair Lady in 1956 paste zes keer in dat van de musical die autofabrikant Chevrolet datzelfde jaar liet maken.

Die dikke portemonnee trok toptalent aan. Performers en kunstenaars die al beroemd waren in het theatercircuit, of dat niet lang daarna zouden worden, roken geld. Componisten zoals Sheldon Harnick en Jerry Brock (Fiddler on the Roof), regisseurs zoals Bob Fosse en Susan Stroman, en performers zoals Martin Short en meervoudige Tony-winnares Chita Rivera – allemaal draaiden ze mee in deze ‘schaduwkant van Broadway’, zoals Young het noemt.

Underdogs in de spotlight

“De meeste van deze musicals boden echt hoogwaardig entertainment dat resoneerde met het publiek”, vertelt Whisenant. “Toch heeft bijna niemand ervan gehoord.” Hoe dat kan? Hoeveel geld ook in de shows werd gestoken, ze waren exclusief bedoeld voor de ogen van mensen binnen het bedrijf. Dat betekent ook dat entertainers die bakken met geld verdienden aan bedrijfsmusicals weinig exposure kregen – en het nooit schopten tot Broadway. Underdogs, noemt Whisenant ze.

De grootste underdog in Bathtubs over Broadway is Steve Young zelf, zegt de filmmaker. Voor Whisenant was het direct duidelijk dat de documentaire niet alleen de hoogtijdagen van de bedrijfsmusicals moest laten zien. “Er zal waarschijnlijk niemand puur en alleen de film inlopen omdat ze altijd al meer hebben willen weten over bedrijfsmusicals. Daarom vond ik het belangrijk de kijkers mee te nemen op Steves persoonlijke ontdekkingsreis.”

“Hij is echt een groot komisch talent”, vertelt Whisenant over de voormalig ghostwriter van David Letterman. “Hij heeft zo’n bijzondere, scherpe geest. Hij heeft oog voor dingen in het leven waar de meeste mensen vaak zonder om te kijken aan voorbij lopen. Dat vind ik een prachtige eigenschap.”  

Photo in header: Dava Whisenant