In plaats van de platte gein die je zou verwachten op basis van Fruit Chans eerdere films, treffen we in dit mini-epos Hongkongs meest onafhankelijke auteur in een meditatieve stemming aan, die de ongevallen van het lot en de nukken van de vrije wil vanaf de andere kant van de U-bocht bekijkt. Meditatief maar niet minder speels. Het verhaal begint in een buitengewoon onfris openbaar toilet in Peking, de geboorteplaats van Dongdong, die vervolgens de bijnaam 'God der Toiletten' met zich mee moet dragen. Nu hij achttien is, wordt hij geconfronteerd met de nakende dood van de vriendelijke oude dame die hem heeft gevonden en opgevoed, en het vertrek van zijn beste vriend Tony die op zoek is naar een wondergeneesmiddel voor zijn kleine broertje, die behoorlijk ziek is. De verhaallijn, die al niet simpel was, wordt nu een waarlijke tuin van onderling kruisende paden. De meeste personages hebben ofwel behoefte aan wondergenezingen, of zijn ernaar op zoek. Er is een veeltalige jonge vrouw die zegt dat van de zee afstamt, een Koreaanse jongen met geverfde blonde haren die haar probeert te helpen, twee Kantonees sprekende Indiase jongens die in de Ganges baden, een romantische huurmoordenaar die het onderspit delft in New York, een verplaatsbaar urinoir in Pusan... en nog veel meer. De spitsvondigheid en wijsheid van Fruit Chan, kortom, in een mondiaal pakketje dat alle kanten opgaat. Tony Rayns

Originele titel
Ren min gong che
Première
-
Productieland(en)
Zuid-Korea, Hongkong
Productiejaar
2002
Medium/Formaat
35mm
Lengte
102’
Taal
Cantonees, Mandarijn, Koreaans
Scenario
Fruit Chan