Begin jaren zestig maakten de hoofdrolspelers van de Weense zogenaamde Materialaktionen hun eigen lichamen tot het centrum van hun kunst. Weg met het doek aan de muur! De beweging vertoonde overeenkomsten met gelijkaardige bewegingen uit die tijd (de happenings, Fluxus) maar de Weense Materialaktionen waren veel sterker gericht op pijn, rituelen, seksualiteit, al het vloeibare dat uit het lichaam komt en de (zelf)destructieve of 'bevrijdende' rol van de kunstenaar-schepper. Bij de verwezenlijking van een en ander speelde film een belangrijke rol. Zoals bij iedere performance konden de happenings alleen voor het nageslacht behouden blijven door er foto's of films van te maken. Kunstenaars als Günter Brus en Otto Mühl schakelden filmmakers als Kurt Kren en Ernst Schmidt jr. in om hun performances te registreren. De Oostenrijkse avant-gardistische cinema was op dat moment levendig en vernieuwend en had enkele van de vroegste structuralistisch-materialistische films in Europa op haar naam staan. Het mag duidelijk zijn dat de confrontatie van Kren en Schmidt jr. met de Aktionisten niet resulteerde in 'naakte verslagen' maar in eigenzinnige autonome cinematografische werken. Brus en vooral Mühl waren daar ontevreden over; ze vonden dat Kren en Schmidt jr. te weinig sec registreerden. Dus namen zij zelf plaats achter de camera om hun happenings 'objectiever' vast te leggen. Hun films ontbeerden de cinematografische impact van die van Kren en Schmidt jr., maar Brus en Mühl slaagden er wel in bij de toeschouwer sterker het gevoel op te roepen een voyeur, of gegeneerde deelnemer, te zijn van verboden gebeurtenissen. Het zaad van dit tijdperk ontkiemde spoedig in andere filmkunstenaars. Zo voegde Valie Export, die actief was binnen alle media (dus ook als performance-kunstenaar en cineast), een duidelijk conceptuele en feministische richting toe, die zich richtte op de sociale functie van het eigen lichaam. In de jaren tachtig gebruikte een hele nieuwe generatie van avant-gardistische filmmakers - onder wie Dietmar Brehm en Mara Mattuschka - de Materialaktionen als springplank naar bijzonder afschuwwekkende, pijnlijke en private zelfportretten. en van Otto Mühls langere films is Sodoma, maar die is niet te zien in het programma. In plaats daarvan wordt het programma besloten met een film van een Amerikaanse evenknie van de Weense Aktion-kunstenaars. Vanuit een ander gezichtspunt, maar even beladen, geeft Luther Price in Sodom commentaar op dat gebied binnen de cinema dat deel uitmaakt van The Cruel Machine: trainende lichamen, 'body-building', werkend aan zichzelf - hele grappige spelletjes die worden gespeeld in gezelschap. Alexander Horwath

Première
-
Productieland(en)
Oostenrijk
Productiejaar
0
Medium/Formaat
-
Lengte
0’
Taal