Jack Stevenson: 'Voor de samenstelling van 'Mugged in a Movie Theatre' heb ik me laten inspireren door Sick van Kirby Dick (zie elders in het programma). Mijn programma is een vrijelijk associërende improvisatie op het veelbesproken thema 'privacy'. Het bestaat uit korte 16mm-films die gewelddadige en bijna ondraaglijke beelden op het filmdoek loslaten, met als gemeenschappelijk noemer hun beschouwing van het fragiele en eindige van het menselijk lichaam. De korte films zijn gekozen uit een veelheid aan genres, maar niet uit commerciële of exploitatiegenres. Gezamenlijk laten ze iets zien van een collectieve verborgen cinema. Het programma bevat onder meer een underground-artfilm, een korte film over kinderhygiëne, een documentaire over lichamelijke gebreken, een voorlichtingsfilm van het Amerikaanse leger voor artsen die naar Vietnam gingen, en een veilig-verkeer-horrorfilm. De essentie en ook het doel van het programma is onder meer de dynamiek te onderzoeken van deze combinatie: vijf films die helemaal niets met elkaar te maken hebben, die vertoond worden in willekeurige volgorde en volkomen los van hun originele en bedoelde context. Een contextueel experiment. En een experiment dat de maag op de proef stelt. Want het programma bevat weliswaar humoristische en absurde momenten, maar ook momenten zo verschrikkelijk, dat ze niet te harden zijn (behalve in het opzicht van hun commerciële exploitatie). Tot dusver heb ik de term 'exploitatie' gebruikt in een absolutistische zin: 'Ik laat geen exploitatie zien.' Maar klopt dat wel? In hoeverre is de context waarin een film vertoond wordt bepalend voor wat de film uiteindelijk 'is'? Waar eindigt kunst of documentatie en begint exploitatie? Of moeten dergelijke oordelen worden overgelaten aan de individuele toeschouwer, zodat er een eindeloze reeks verschillende oordelen ontstaat? Moet het begrip 'exploitatie' opnieuw worden gedefinieerd, nu zovele 'geëxploiteerden' - onder wie Bob Flanagan - zelf hun eigen pr verzorgen en dat beter doen dan iemand anders ooit zou kunnen? En, ten slotte, wie wordt er nu eigenlijk geëxploiteerd? Wat in een dergelijke discussie nauwelijks overschat kan worden, is de factor 'publiek'. In het geval van film is de reactie van de collectieve toeschouwer bepalend voor wat een film op een bepaald moment daadwerkelijk is. Een commerciële Hollywood-film wordt gemaakt om door iedere toeschouwer identiek te worden waargenomen - en de film wordt vervolgens vertoond voor een publiek dat weet wat het mag verwachten en dat daar gelukkig onder is. De korte films in dit programma daarentegen, waren ooit bedoeld voor verschillende sociale groepen. Ik kan dan ook met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid zeggen dat geen van de films in Rotterdam vertoond wordt voor de oorspronkelijke doelgroep. Evenmin zal er ooit een publiek geweest zijn dat een dergelijk onwelluidend grove mengelmoes van films uitgezeten heeft. Ik kan met zekerheid zeggen dat ik u niet kan voorbereiden op wat komen gaat.

Première
-
Productiejaar
0
Medium/Formaat
-
Lengte
180’
Taal