News

Wolfson blikt terug

Wolfson blikt terug

Het doek is gevallen voor het 37ste International Film Festival Rotterdam. Hoe blikt Rutger Wolfson terug op zijn eerste festival als directeur?

Hoe zou jij jouw festivalervaringen samenvatten?
“Het was geweldig en inspirerend. Het was een supermooi festival en ik vond het erg bijzonder om er dit keer zo nauw bij betrokken te zijn. Of het anders was dan ik me van te voren had voorgesteld? Dat viel eigenlijk wel mee. Van veel zaken weet je niet precies hoe ze zullen verlopen, maar na de eerste festivaldag had ik door hoe de routine in elkaar stak. Wat me opviel is hoe hartelijk ik als relatieve buitenstaander ben welkom geheten in de film- en festivalwereld.”

Wat blijft je het meeste bij?
“Het leukst vond ik de introducties van films en filmmakers. Ik heb o.a. alle Tiger-kandidaten geïntroduceerd. Het is geweldig om met zo’n maker voor een volle zaal te staan. Het zijn jonge makers die keihard gewerkt hebben en heel veel gegeven om hun film te maken. Dat ze dan hier voor zo’n toegewijd, open en groot publiek staan, dat is uitermate ontroerend.”

Wat had je niet willen missen, maar heb je toch gedaan?
“Van tevoren weet je dat je er als directeur in de festivalhectiek niet aan toekomt. Maar ik had voor sommige filmmakers meer tijd willen vrijmaken. Ik heb een paar optredens in Pop Cinema gemist, en de performance van Metamkine. Jammer! Films heb ik tijdens het festival helemaal niet gezien. Dat kan ook niet, maar soms is wel frustererend: rond sommige titels ontstaat opeens een buzz. Die haal ik dus nu na het festival in, maar ja, idealiter zou ik ze op het IFFR, op het witte doek zien.”

Wat doe je op de eerste dag na het festival?
“Uitslapen! En mijn dochter van de crêche ophalen, en dan de hele dag met haar spelen en knuffelen.”

Aan de vooravond van het IFFR voorspelde je welke film er met de publieksprijs vandoor zou gaan.
“Ik had ‘m goed! En ik doe er een schepje bovenop, en voorspel dat Persepolis óók de Oscar gaat winnen. Als dat gebeurt, kom dan maar eens terug. Dan geef ik ook de winnaar van de volgende Tour de France prijs. (lacht)”